Warenwetbesluit Imitatieproducten: wat mag en wat mag niet?

Imitatieproducten zijn non-food producten, die door hun vorm, geur, kleur, verpakking of etikettering verward kunnen worden met eet- of drinkwaren. Deze producten vormen een gevaar voor de gezondheid of veiligheid voor de consument, in het bijzonder kleine kinderen. Voorbeelden van imitatieproducten zijn zeep in de vorm van taart of bad schuim in een verpakking dat lijkt op een blikje cola. Als een kind deze producten in de mond stopt of hier een stuk afbijt kan dat kwalijke gevolgen hebben.

In het Warenwetbesluit Imitatieproducten, welke gebaseerd is op de EU-richtlijn 83/357/EEG, wordt gesteld dat imitatieproducten die een gevaar voor de gezondheid en veiligheid van consumenten vormen niet verhandeld mogen worden. In de praktijk komt het nog geregeld voor dat de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) veiligheidswaarschuwingen publiceert omtrent verboden imitatieproducten. Deze producten moeten door de verkoper teruggeroepen worden van de Nederlandse markt. Dat deze producten toch in de schappen belanden komt doordat de betreffende wetgeving ruimte over laat voor interpretatie.

Wanneer is een imitatieproduct verboden?

Om meer duidelijkheid te scheppen heeft de NVWA voor u de onderstaande vragenlijst opgesteld:

  • Betreft het een non-food product met de vorm, geur, kleur, aanzien, verpakking of etikettering van eet- of drinkwaar? Bijvoorbeeld: Zeep in de vorm van een stuk fruit, lampenolie in een fles die lijkt op een frisdrankfles, decoratieve-druiven.
  • Kan de consument het product hierdoor verwarren met eet- of drinkwaar, en kan het product in de mond gestoken, opgezogen of ingeslikt worden? Bijvoorbeeld: Badparels kunnen erg klein en makkelijk in te slikken zijn, van zeep zijn stukken af te bijten, shampoo is op te drinken.
  • Heeft het product een gevaaraspect? Bijvoorbeeld: Verstikking, vergiftiging, perforatie van diverse organen, chemische longontsteking.
  • Is het gevaaraspect in de praktijk ook daadwerkelijk een gevaar, kan dit onderbouwd worden? Bijvoorbeeld door de databank van de NVWA, jurisprudentie of door deskundigen.

Als u al deze vragen met “Ja” kunt beantwoorden heeft u te maken met een zogeheten verboden imitatieproduct en mag u dit product niet verhandelen. Regelmatig blijven er na het beantwoorden van deze vragen nog onduidelijkheden over. Onze experts kunnen u helpen deze te verhelderen.

Ondersteuning nodig?

Heeft u hulp nodig om te bepalen of u een imitatieproduct wel of niet mag verhandelen? Précon Quality Services kan u hierin assisteren. Neem contact met ons op via 030 – 656 60 10 of info@precon.group. U ontvangt dan onze vrijblijvende offerte voor inhoudelijk advies.

warenwetbesluit imitatieproducten wat mag en wat mag niet

Inschrijven nieuwsbrief Blijf op de hoogte