Wat zijn voedselcontactmaterialen?

Op elk voedselcontactmateriaal dat op de Europese markt wordt verkocht, zijn de bepalingen uit de Europese Kaderverordening EG 1935/2004 van toepassing. In deze verordening worden voedselcontactmaterialen gedefinieerd als:

“materialen en voorwerpen die in hun afgewerkte staat:

  • Bestemd zijn om met levensmiddelen in contact te komen, of
  • Al in contact met levensmiddelen zijn en daartoe bestemd zijn, of
  • Redelijkerwijs kunnen worden geacht bij normaal of te verwachten gebruik met levensmiddelen in contact te komen of aan levensmiddelen hun bestanddelen af te geven.”

Voorbeelden van consumentenproducten die vallen binnen de reikwijdte van verordening EG 1935/2004 zijn servetten, borden en drinkbekers, maar ook keukenapparatuur zoals blenders en koffiezetapparaten.

De kaderverordening beschrijft de algemene eisen waaraan voedselcontactmaterialen moeten voldoen. Alle materialen en voorwerpen die bestemd zijn om direct of indirect met levensmiddelen in contact te komen, mogen:

  • Geen bestanddelen afgeven aan levensmiddelen in hoeveelheden die voor de gezondheid van de mens gevaar kunnen opleveren, of
  • Die tot een onaanvaardbare wijziging in de samenstelling van de levensmiddelen kunnen leiden, of
  • Die tot aantasting van geur, kleur en smaak van levensmiddelen kunnen leiden.
    • Om overeenstemming met deze bepalingen uit de kaderverordening te garanderen, dienen voedselcontactmaterialen overeenkomstig goede fabricagemethoden te worden vervaardigd. De eisen die worden gesteld aan “goede fabricagemethoden” zoals bedoeld in de kaderverordening zijn beschreven in de Europese GMP verordening EG 2023/2006.

      Omdat elk materiaal is opgebouwd uit andere bestanddelen, zijn er specifieke eisen voor diverse materialen vastgelegd in separate Europese verordeningen en richtlijnen:

      • Verordening EG 10/2011 (kunststoffen);
      • Verordening EG 282/2008 (gerecycled kunststof);
      • Richtlijn 84/500/EEC (keramiek);
      • Richtlijn 93/11/EEC (rubber);
      • Verordening EG 1895/2005 (epoxy polymeren);
      • Richtlijn 2007/42/EG (geregenereerd cellulose);
      • Verordening EU 284/2011 (melamine en polyamide);
      • Verordening EG 450/2009 (actieve en intelligente verpakkingen).

      De belangrijkste onderdelen van deze specifieke eisen zijn:

      • Een lijst van stoffen die zijn toegelaten voor de productie van voedselcontactmaterialen (al dan niet onder bijzondere gebruiksvoorwaarden);
      • Zuiverheidsnormen voor deze stoffen;
      • Een algemene grenswaarde voor de afgifte van bestanddelen aan levensmiddelen (totale migratie);
      • Specifieke grenswaarden voor de afgifte van bepaalde bestanddelen aan levensmiddelen (specifieke migratie);
      • Specifieke bepalingen om de traceerbaarheid van materialen en voorwerpen te kunnen waarborgen;
      • Eisen die worden gesteld aan de verklaring van overeenstemming.

      Het aantal voedselcontactmaterialen waarvoor de veiligheidseisen op Europees niveau zijn gereguleerd is beperkt. In diverse Europese lidstaten geldt daarom aanvullende nationale wetgeving. In Nederland zijn de eisen voor voedselcontactmaterialen vastgelegd in de Warenwetregeling Verpakkingen en Gebruiksartikelen. In de Nederlandse Warenwetregeling zijn de essentiële eisen per materiaal in een apart hoofdstuk uiteengezet.

      Wat zijn uw verplichtingen?

      Wilt u voedselcontactmaterialen onder eigen merknaam verkopen op de Europese markt? Dan krijgt u te maken met diverse wettelijke verplichtingen.

      Verordening EG 1935/2004 stelt dat voedselcontactmaterialen waarvoor Europese wetgeving van kracht is, vergezeld moet gaan van een Verklaring van Overeenstemming. Middels deze verklaring bevestigt u dat uw materiaal of product voldoet aan de van toepassing zijnde wettelijke vereisten. De verplichte informatie in de Verklaring van Overeenstemming verschilt per materiaal en is terug te vinden in de specifieke wetgeving. Een Verklaring van Overeenstemming mag pas worden opgesteld als voldoende adequate documentatie beschikbaar is om overeenstemming met de wettelijke eisen aan te tonen.

      De veiligheidseisen voor voedselcontactmaterialen hebben hoofdzakelijk betrekking op de afgifte van bestanddelen aan levensmiddelen (migratie). De afgifte van bestanddelen wordt getoetst met een migratietest. Bij een migratietest wordt gemeten of en welke bestanddelen uit het materiaal in levensmiddelen terecht komen bij normaal gebruik van uw product. In de specifieke wetgeving is per bestanddeel vastgelegd in welke hoeveelheden dit is toegestaan (migratielimieten). Welke migratielimieten van toepassing zijn op uw product is afhankelijk van de bestanddelen die zijn gebruikt bij de productie van het materiaal.

      Om te kunnen beoordelen of de migratie van bestanddelen voorkomt bij het voorziene gebruik van een product, dienen deze omstandigheden bij de migratietest zo goed mogelijk te worden nagebootst. De omstandigheden waaronder een migratietest wordt uitgevoerd is daarom afhankelijk van de volgende factoren:

      • Het soort levensmiddel waarmee het materiaal in contact komt;
      • Het tijdsbestek waarin het materiaal in contact komt met het levensmiddel;
      • De temperatuur waarbij het materiaal in contact komt met het levensmiddel.

      De regels voor het kiezen van de juiste omstandigheden zijn vastgelegd in de van toepassing zijnde Europese wetgeving en de Nederlandse Warenwetregeling.

      Om uw product op de Europese markt te mogen verkopen, zijn er een aantal zaken die u moet regelen:

      1. Bepaal welke wetgeving van toepassing is op uw product
      Aan de hand van het gebruikte materiaal kunt u vaststellen welke Europese wetgeving en welk hoofdstuk in de Nederlandse Warenwetregeling van toepassing is op uw product. Wilt u uw product ook in andere lidstaten verkopen? Onderzoek dan of er in deze landen specifieke eisen gelden voor het gebruikte materiaal.

      2. Bepaal welke bestanddelen gebruikt zijn in het materiaal
      Met de informatie over de gebruikte bestanddelen kan worden vastgesteld voor welke bestanddelen een migratielimiet geldt.

      3. Stel vast welke migratie eisen van toepassing zijn op het materiaal
      Aan de hand van de informatie over de gebruikte bestanddelen en de van toepassing zijnde migratielimieten kunt u bepalen of de migratie van bestanddelen uit het materiaal moet worden getoetst.

      4. Bepaal onder welke omstandigheden het product logischerwijs wordt gebruikt
      Op basis van de logischerwijs te verwachten gebruiksomstandigheden bepaalt u de juiste testomstandigheden bij het uitvoeren van de nodige migratietesten.

      5. Verzamel voldoende adequate documentatie voor uw product
      Voordat u een Verklaring van Overeenstemming mag opstellen, moet voldoende documentatie beschikbaar zijn waarmee overeenstemming met de wettelijke eisen kan worden aangetoond. Ook de Nederlandse Warenwetregeling verplicht bedrijven over deze documentatie te beschikken.

      6. Stel, indien van toepassing, een Verklaring van Overeenstemming op
      Nadat u voldoende adequate documentatie heeft verzamelt stelt u een Verklaring van Overeenstemming op. Dit is alleen verplicht als de van toepassing zijnde wetgeving dit voorschrijft. In de wetgeving staat beschreven welke informatie in een Verklaring van Overeenstemming moet worden opgenomen.

      Wat kan Précon voor u betekenen?

      Précon beschikt over een team met uitgebreide ervaring in het trainen, adviseren en ondersteunen van bedrijven bij het in kaart brengen van en het voldoen aan hun verplichtingen uit de REACH verordening. Samen met u vinden wij de optimale oplossing voor uw organisatie. Wij gaan graag met u in gesprek over de mogelijkheden. Neem vrijblijvend contact met ons op via onderstaande button of bel ons via +31 (0)30 - 65 66 010.

      Afspraak maken


Stel uw vraag online

Binnen 1 werkdag nemen we contact met u op
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Direct contact

Onze professionals helpen u graag